Mopper de mopper

‘Mama, ik hou van jou, je bent de liefste en de mooiste van de wereld.’ Er komt een dag dat ze dat niet meer zeggen (zo ongeveer het tegenovergestelde zal het dan zijn). En dan komt er láter weer een dag dat ze die woorden tot iemand anders richten en mama bestaat zo ongeveer niet meer. Dat is alleen maar goed. Voor nu geniet ik er van als zulke woorden klinken.

In het volwassen en drukke leven willen deze woorden nog weleens naar de achtergrond verdwijnen. Wordt het een zeldzaamheid als die woorden diep doordacht klinken, ‘ik hou van jou’. Moeten we dat tussen de regels door maar lezen. Je bent gewaardeerd. Ik kan niet zonder je. Dat weet je zelf toch ook wel mag ik aannemen, je kent me toch, ik hoef het niet hardop te zeggen. Ondertussen mopperen we soms wat raak op elkaar. Hoe moet die ander nu eigenlijk weten dat hij, dat zij geliefd is?

 Op dit moment verdiep ik me in het boek Openbaringen. Daar lezen we over een Mensenzoon met een diepe liefde voor kerken, voor gemeenten. En er wordt ook wel ‘gemopperd’ zouden we kunnen zeggen. Er is kritiek van Christus op de kerken. Maar…voordat Hij begint te spreken legt Hij als het ware eerst een hand op haar schouder. De Here Jezus heeft een schat op aarde, namelijk zijn gemeente, en “waar Zijn schat is, is ook Zijn hart.” Het is niet Zijn bedoeling die schat te schaden of te krenken, maar haar op te bouwen.